In 1892 voerde de VS de .30-40 Krag in als de eerste patroon die gebruikt werd voor militaire doeleinden met een .30 kaliber deze patroon werd tot 1903 gebruikt in het Krag-Jorgensen grendelgeweer totdat deze werd vervangen door de    M-1903 van Springfield.

De patroon die in de M-1903 van Springfield werd gebruikt had ook het kaliber .30 en had een rond nose kogelkop ( kogelkop met ronde punt ) van 220 grain ( 14.3 gram ) deze patroon had een mondingsnelheid van 2300 feet /sec ( 701 m / sec.)

In dezelfde periode was men in Europa druk bezig met de ontwikkeling van patronen met een lichtere kogelkop in het zelfde kaliber maar met een hogere mondingsnelheid, mede daardoor werd in 1906 de patroon van de M-1903 gewijzigd en voorzien van een 150 grains ( 9,75 gram ) wegende kogelkop welke een mondingsnelheid van 2700 feet / sec ( 823 m /sec ) opleverde.

De aanduiding van de nieuwe patroon in kaliber .30 uit 1906 van Springfield werd uiteindelijk afgekort tot de .30-06 Springfield en werd in verschillende versies ingevoerd in het Amerikaanse leger totdat ook deze patroon in de begin jaren 50 werd verdrongen door de 7,62 x 51 mm ( .308 Winchester ) patroon die gebruikt werd door de NAVO.

Van de patroon met de 150 grain ( 9,75 gram ) wegende kogelkop werd in 1926 afgestapt ten gunste van een zwaarder exemplaar met een 172 grain ( 11,2 gram ) wegende kogelkop, deze kogelkop had wel dezelfde mondingsnelheid als die van de patroon met de 150 grain wegende kogelkop.

Deze patroon kreeg de militaire aanduiding .30-06 M1, dit was een tamelijk krachtige patroon met een mondingsenergie van 3780 Joules.

In 1939 werd de Garand M1 ingevoerd als standaard wapen van het Amerikaanse leger, de huidige .30-06 M1 patroon bleek niet zo goed te functioneren in de Garand, dus werd er in 1940 een nieuwe patroon in gevoerd met een lichtere kogelkop van 152 grain deze patroon kreeg de militaire aanduiding .30-06 M2, en werd de standaard geweerpatroon voor de Garand M1.

De .30-06 M1 patroon ( met de 172 grain kogelkop ) bleef in gebruik als munitie voor machinegeweren en gaf deze een maximale dracht van bijna 5500 meter.
De maximale dracht van de lichtere .30-06 M2 ( met een kogelkop van 152 grain ) bedraagt  slechts 3650 meter.